Kü­ken in het Nedersaksisch

Plural: Kü­kens n dat Kü­ken
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Fir0002, GFDL 1.2
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
kuiken
Engels:
=
chick
Duits:
Küken
Examples:
[1] Us Hehn hett söven Kükens utbröödt.
[2]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Etterstock in en Sweer
Duits: