Wan­nel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈva·nəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wan·nel
Pluralis: Wannels m de Wan­nel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: