Foot­ball­spe­ler in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔu̯tˌbal·spɛː·lɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Foot·ball·spe·ler
Pluralis: Footballspelers m de Foot­ball­spe­ler
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
De Footballspeler verdeent Milljonen.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Football + Speler