Free­ha­ven in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɾɛɪ̯ˌhɔːm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Free·ha·ven
Pluralis: Freehavens m de Free­ha­ven
[1]
perifere woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: free + Haven