A­gen­tur in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /a·ɡɛnˈtuː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: A·gen·tur
Pluralis: Agenturn f de A­gen­tur
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: