Buurnhoff in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbuː͡ɐnˌhɔf/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Buurn·hoff
Plural: Buurnhööv m de Buurnhoff
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Buur + -n- + Hoff