Be­driev in het Nedersaksisch

Uitspraak: /bəˈdɾiːf/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Be·driev
Plural: Be­drie­ven m de Be­driev
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Aktivität
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: be- + drieven