Bal­ken­waag in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbalkn̩ˌvɔːˑç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bal·ken·waag
Pluralis: Balkenwagen f de Bal­ken­waag
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Balken + Waag