zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bal·ken
Pluralis: Balkens m de Bal­ken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
bar
Duits:
Voorbeelden:
Disse Balken is noch ut dat Johr, as dat Huus 1674 boot worrn is.
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: Balk