Koor­ten­spe­len in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkɔː͡ɐtn̩ˌspɛːln̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Koor·ten·spe·len
Niet gebruikt het pluralis n dat Koor­ten­spe­len
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Koort + spelen