Koort in het Nedersaksisch

Pluralis: Koorten f de Koort
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
map
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Ik betahl mit Koort!
[3]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Voorbeelden:
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Biljett
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: