Speel­feld in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈspɛːlˌfɛlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Speel·feld
Pluralis: Speelfeller n dat Speel­feld
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Speel + Feld