Uitspraak in het Plat: /møːy̯dɪçkaɪ̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mö·dig·keit
Niet gebruikt het pluralis f de Mö­dig­keit
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Bi mi maakt sik jümmer mehr Mödigkeit breet.

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: mööd + -ig + -keit