Uitspraak in het Plat: /tɔːfəlva͡ɐk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ta·fel·wark
Pluralis: Ta­fel­war­ken n dat Ta­fel­wark
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Tafel + Wark