Par­tei in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpa͡ɐ·taɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Par·tei
Pluralis: Partein f de Par­tei
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: Part