Uitspraak in het Plat: /kɔppʊt͡s/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kopp·putz
Pluralis: Kopp­putz m de Kopp­putz
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
headpiece Meer tonen
Duits:
Kopfschmuck Meer tonen

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Kopp + Putz