Uitspraak in het Plat: /fəɾzøːy̯kɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ver·sö·ker
Pluralis: Ver­sö­kers m de Ver­sö­ker
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
een, de annere verföhren will
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: versöken + -er