Schä­per­hund in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈʃɛː·pɐˌhʊnt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schä·per·hund
Pluralis: Schäperhunn m de Schä­per­hund
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Schäperhund hett de Schaaphood tohoopholen.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schäper + Hund