Kle­daasch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈklɛː·dɔːˑʒ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kle·daasch
Niet gebruikt het pluralis f de Kle­daasch
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kleed + -aasch