Prö­ven in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɾøːy̯m̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Prö·ven
f de Prö­ven
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
tokennt Inkamen oder schenkt Inkamen, dat mit en Amt verbinnen is
Duits:
=
Pfrund