Amt in het Nedersaksisch

Pluralis: Ämter n dat Amt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Behöörd
Nederlands:
Engels:
Duits:
Amt
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Deenstposten, Opgaav
Nederlands:
Engels:
Duits:
Amt
Voorbeelden:
Donus harr dat Amt as Paavst von 676 bet 678.
[3]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden: