See­rö­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛːˌɾœɪ̯·vɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·rö·ver
Plural: See­rö­vers m de See­rö­ver
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + Röver