Wies­sel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈviː·səl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wies·sel
Niet gebruikt het pluralis f de Wies­sel
[1]
geavanceerde woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Wiessel flütt bi Danzig in de Oostsee.