Pott­mon­nee in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /pɔt·mɔnˈnɛː/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pott·mon·nee
Pluralis: Pottmonnees n dat Pott­mon­nee
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Ik heff mien Pottmonnee verloren.