Am­pel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈam·pəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Am·pel
Pluralis: Ampeln f de Am­pel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Ampel weer root.