Sys­tem in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /sysˈtɛːm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sys·tem
Pluralis: Systemen n dat Sys­tem
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
sinnvull in sik ordent Ganz
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: