Oor­log in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɔu̯ɾ·lɔç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Oor·log
m de Oor­log
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
war
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: oor-