wed­der­bös­tig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈvɛ·dɐ·bœs·tɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: wed·der·bös·tig
wedderböstiger wedderböstigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
He stellt sik ganz wedderböstig an.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: wedder + -ig