Grau­broot in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɾaʊ̯ˌbɾɔu̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Grau·broot
Plural: Grau­brööd n dat Grau­broot

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: grau + Broot