Oolt­stadt in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɔu̯ltˌstat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Oolt·stadt
Pluralis: Ooltstäder f de Oolt­stadt Nordniedersächsisch, Mecklenburgisch
Pluralis: Ooltstaden f de Oolt­stadt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
In de Ooltstadt gifft dat noch vele smucke Fackwarkhüüs.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: oolt + Stadt