Garw­ka­mer in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɡa͡ɐvˌkɔː·mɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Garw·ka·mer
Pluralis: Garwkamern f de Garw­ka­mer
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Woord afleidt van: Kamer