Tre­sen in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈtɾɛːzn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tre·sen
Pluralis: Tresens m de Tre­sen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: