Stadt­bull in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈstatˌbʊl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stadt·bull
Pluralis: Stadtbullen m de Stadt­bull
[1]
perifere woordenschat
figuratief

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Stadt + Bull