oolt­fränk­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɔu̯ltˌfɾɛnkʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: oolt·fränksch
altfränkscher altfränkschst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: oolt + fränksch