pla­ckig in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› pläckig ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈpla·kɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: pla·ckig
plackiger plackigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Diene Büx is ja ganz plackig!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Plack + -ig