Uitspraak in het Plat: /tɾʊmpɛɪ̯tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Trum·pe·ter
Pluralis: Trum­pe­ters m de Trum­pe­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Trumpeet + -er