elkeen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛlkˌɛːn/
voornaamwoord
Afbreking: elk·een
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
all meent Personen ahn Utnahm
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: elk + een