Prahm in het Nedersaksisch

Plural: Prahms m de Prahm
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Werner Willmann, CC BY 2.5
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
swoor Lastkahn mit flachen Borrn
Nederlands:
praam
Engels:
pram
Duits:
=
Prahm