Last in het Nedersaksisch

Plural: Las­ten f de Last
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
wat, wat swoor is, wat drückt
Nederlands:
=
last
Duits:
=
Last
[2]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
soveel en Fohrtüüg opmaal laden kann