Slä­per in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Slaper ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈslɛː·pɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Slä·per
Pluralis: Släpers m de Slä­per
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: slapen + -er