Sluck­op in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈslʊk·ɔp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sluck·op
Niet gebruikt het pluralis m de Sluck­op
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
hik
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: slucken + op