Root­strunk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɔu̯tˌstɾʊnk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Root·strunk
m de Root­strunk
[1]
perifere woordenschat
[2]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
[3]
perifere woordenschat
naam van en biologische species

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: root + Strunk