Toon in het Nedersaksisch

Plural: Töön m de Toon
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
toon
Engels:
Duits:
=
Ton
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Klang op de Toonledder
Nederlands:
=
toon
Engels:
=
tone
Duits:
=
Ton