Ün­ner­rock in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʏ·nɐˌɾɔk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ün·ner·rock
Plural: Ün­ner­röck m de Ün­ner­rock
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ünner + Rock