Eem­scher in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛːm·ʃɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Eem·scher
Niet gebruikt het pluralis f de Eem­scher
[1]
perifere woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples: