Iesva­gel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈiːzˌfɔː·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ies·va·gel
Niet gebruikt het pluralis m de Iesva­gel
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Pkuczynski, CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Ies + Vagel