Snud­delkraam in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsnʊ·dəlˌkɾɔːm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Snud·del·kraam
m de Snud­delkraam
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits: