Dick­melk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɪkˌmɛlk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Dick·melk
f de Dick­melk
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: dick + Melk