Beed­book in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɛːtˌbɔu̯k/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Beed·book
Plural: Beed­bö­ker n dat Beed­book
Plural: Beed­bo­ken n dat Beed­book
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Beed + Book