Slü­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈslyː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Slü·ter
Plural: Slü­ters m de Slü­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
[2]
perifere woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: sluten + -er